De afgelopen maanden stil, geen enkel woord Ik dacht: ik sluit voorgoed die hemelpoort Maar zij kent m’n zwakte, staat paraat Ze verschijnt – en zie: alweer te laat Ze tikt me aan, ik kijk naar haar Ze glimlacht zacht – ik ken dat gebaar Haar ogen grijpen wat ik ontvlucht En in haar blik verlies ik lucht
Ik droomde door maar hield m’n mond Dagenlang zweeg ik, verdoofd en verstomd Maar ze voelt zo fout En het laat me niet koud
Oog in oog met de zwarte engel daar (hé!) Ze weet precies wat ik wil – ze staat altijd klaar (ja!) Ik dacht: ik laat me niet breken (hé!) Maar zodra zij verschijnt moet ik zweten (en laat steken) Oog in oog met verleiding (hé!) Ja, dat is waar ik verdwijn in (ja!) Ik wil niet gaan, maar blijf niet staan Ze neemt me mee – opnieuw, opnieuw
Ze fluistert zacht: “Waar wil je heen?” Ik tril – ik weet: ze laat mij nooit alleen Te eerlijk antwoord ik deze keer weer Ik wil meer, meer, meer Haar ogen spreken, tonen geen spijt Ze geniet van haar rol, die hemelse meid En ik val – weer in haar baan Alsof ik nooit ben weggegaan
Ik droomde door maar hield m’n mond Dagenlang zweeg ik, verdoofd en verstomd Maar ze voelt zo fout En het laat me niet koud
Oog in oog met de zwarte engel daar (hé!) Ze weet precies wat ik wil – ze staat altijd klaar (ja!) Ik dacht: ik laat me niet breken (hé!) Maar zodra zij verschijnt moet ik zweten (en laat steken) Oog in oog met verleiding (hé!) Ja, dat is waar ik verdwijn in (ja!) Ik wil niet gaan, maar blijf niet staan Ze neemt me mee – opnieuw, opnieuw
Zwarte engel, zwarte wens Ze kust mijn hoofd, verbreekt de grens Geen gebed dat haar nog keert Ze komt zodra het weer verkeerd