Onder de stad,
Waar niemand ooit komt,
Slaapt een ritme
Dat mijn naam verstomt.
Ik voel de grond,
De kabels trillen,
Een verboden pulsslag
Die ik moet vullen.
En als ik daal,
Wordt alles zwart,
Maar de machine
Heeft mij gevat.
De nachtmachine,
Ze draait voor mij.
Een beat van staal,
Een schreeuw, een strijd.
De nachtmachine,
Ze zuigt me mee
En ik kom nooit meer los van deze energie.
Vonken in lucht,
Koud neonlicht,
Mijn schaduw brandt
Op ’t metalen zicht.
De motor draait,
’t Wordt steeds intens,
Het voelt verboden…
En toch bekend.
En als ze draait,
Valt tijd stil,
En ik gehoorzaam
Tegen mijn wil.
De nachtmachine,
Ze draait voor mij.
Een beat van staal,
Een schreeuw, een strijd.
De nachtmachine,
Ze zuigt me mee
En ik kom nooit meer los van deze energie.
“Plug me in…
Laat me verdwijnen…
In jouw systeem…”
De nachtmachine,
Ze draait voor mij.
Een beat van staal
Ik verlies mezelf totaal.
